Plan je pensioeningangsdatum

De AOW- en pensioengerechtigde leeftijd zullen naar verwachting gaan stijgen. Directeur grootaandeelhouders en werknemers hebben verschillende pensioenkapitalen opgebouwd die op verschillende tijdstippen uitgekeerd worden : het kan gaan om pensioenkapitalen, gegarandeerd pensioen of een premieovereenkomst (het pensioen is afhankelijk van het rendement op de betaalde premies). Kortom, vel verschillende pensioenregelingen. Belangrijk is tijdig in te zien of de opgebouwde pensioenen voldoende zijn om te kunnen stoppen met werken. Vaak komt het voor dat men dit te laat gaat onderzoeken en er weinig tijd of ruimte is om de pensioensituatie te verbeteren of dat je zelfs moet doorwerken. Dit om een terugval van het inkomen te voorkomen. Niet iedere werkgever zit te wachten dat een werknemer wenst door te werken.

Pensioen eerder of later in laten gaan

Heb je verschillende pensioenkapitalen opgebouwd kun je met de verschillende flexibiliseringsmogelijkheden die een pensioenregeling biedt, in overleg met de pensioenuitvoerders, kiezen het pensioen eerder of later te laten ingaan. Ook kun je in het begin voor een hoger pensioen kiezen en later voor een lager pensioen, bandbreedte 100:75.

Wet verbeterde premieregeling

De wet verbeterde pensioenregeling regelt dat je er voor kunt kiezen om het pensioenkapitaal niet in de vorm van een vast garantiepensioen maar in een variabel pensioen met beleggingsrisico’s kunt uitkeren : dit noemen we doorbeleggen!

Pensioen voor twee

Mannen en vrouwen hebben tijdens een scheiding hun handen vol aan de verdeling van zaken die het dagelijks leven bepalen. Vaak vergeten ze precies datgene wat van cruciaal belang door de toekomst is, namelijk het pensioen.

Ongeveer de helft van de vrouwen denkt dat echtscheiding geen invloed heeft op het pensioen. Maar dat heeft het wel.
De Wet Pensioenverevening bij scheiding (Wet VPS) verdeelt het tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap opgebouwde pensioen, tussen ex-partners. Het werknemerspensioen en het pensioen in eigen beheer van een bv-ondernemer valt onder de Wet VPS. Oudedagsvoorzieningen zoals lijfrenteverzekering valt er niet onder. De wet verdeelt het pensioen automatisch, je moet de pensioenuitvoerder wel binnen twee jaar van de scheiding op de hoogte brengen. Doe je dat niet, behoud je het recht op een deel van het pensioen, de pensioenuitvoerder keert het pensioen dan uit aan je ex-partner. Weigert deze jouw deel door te storten, moet je dit via de rechtbank afdwingen. Is er geen wettelijke regeling, zou het pensioen gewoon van jou blijven. De wet kent een standaardregeling, het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen wordt doormidden gehakt. Van de wettelijke regeling kun je afwijken.

Conversie is wel mogelijk in plaats van verevening. Het pensioendeel van de ex-partner wordt in een eigen pensioen omgezet. De partner die het pensioen opgebouwd heeft, is dit pensioendeel kwijt en kan er niet meer over beslissen. De meeste partners kiezen voor de standaardregeling.
De standaardregeling leidt jaren na echtscheiding nog tot problemen. Hij stelt het pensioen nog enkele jaren uit, ex-partner komt dit niet uit. De ex-partner kan er niets tegen doen. Het recht op pensioen, haar deel, is slechts een voorwaardelijk recht.

Ook AOW-verhoging bij zware beroepen

Vorige week sprak staatssecretaris Klijnsma met de vaste commissie voor Sociale Zaken & Werkgelegenheid over de AOW-leeftijd van werknemers met een zwaar beroep. Deze werknemers lijken steeds vaker niet in staat te zijn om in goede gezondheid het steeds verder liggende eindpunt van hun carrière te bereiken. De vraag die de staatssecretaris is gesteld, is of het mogelijk is voor werknemers met een zwaar beroep om op jongere leeftijd van de AOW te kunnen genieten. Klijnsma vindt van niet.

De staatssecretaris stelt dat zware beroepen niet te labelen zijn. Zowel de sociale partners als het kabinet is het niet gelukt om met een definitie of afbakening van het begrip zwaar beroep te komen. GroenLinks wil dat gebruik gaat worden gemaakt van het onderzoek dat het Economisch Instituut voor de Bouw heeft uitgevoerd. In dat onderzoek wordt voorgesteld om de sectoren die zorgen voor gemiddeld twee maal meer WIA-instroom te rekenen tot sectoren met zware beroepen. Klijnsma stelt dat dit niet uitvoerbaar is. Binnen een sector zijn namelijk niet alle beroepen en werkzaamheden even zwaar. Zo zou de sector taxivervoer onder een ‘zware beroepenregeling’ moeten vallen, maar een werknemer van de telefooncentrale valt daar dan ook onder, aldus de staatssecretaris. Een ander probleem is dat voor werknemers dan bijgehouden moet worden welke beroepen zij tijdens hun werkzame leven hebben uitgeoefend.

Klijnsma ziet meer in het meer werk maken van duurzame inzetbaarheid. Daarbij zijn met name de sociale partners aan zet. Zij kunnen door loopbaanbeleid; de inrichting van de arbeid, het personeelsbeleid en algemene compenserende arbeidsvoorwaarden, de belasting van een zwaar beroep verminderen. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor deeltijdpensioen, maar worden deze in de praktijk maar weinig benut.

Inkomensgat bij ziekte en arbeidsongeschiktheid

Iedere werknemer in Nederland valt onder de sociale zekerheid. Dus zal het bij ziekte en arbeidsongeschiktheid wel goed geregeld zijn; althans dat denken veel werknemer. De wettelijke regelingen zijn echter niets meer dan een basisvoorziening op minimumloonniveau. Een werknemer die langdurig in de lappenmand ligt, zal zelf iets moeten doen! Of aan het werk, of verzekerd zijn van een goede inkomensverzekering.

Werknemers vallen in de eerste twee jaar van ziekte onder de loondoorbetalingsplicht van de werkgever (tenzij ze ziek uit dienst gaan en in de ZW komen). In het tweede jaar begint de inkomensdaling al: van 100% naar 70% van het inkomen. Bij een inkomen van €30.000,- is dit al € 9.000,- per jaar.

Daarna komt de WIA: stel dat de werknemer 50% arbeidsongeschikt wordt en er geen passend werk gevonden wordt, dan resteert de WGA-vervolguitkering. De uitkering hiervan is gebaseerd op het minimumloon en is alsdan slechts 35% hiervan. Op jaarbasis € 7.350,-! Gelukkig zijn er diverse toeslagen, maar bijstandsniveau is bereikt.

Een andere situatie; de werknemer komt na twee jaar ziekte niet in de WIA. Vanwege niet arbeidsongeschikt genoeg zijn voor de WIA (minder dan 35% arbeidsongeschiktheid). Maar als de werkgever geen passend werk heeft, dan volgt ontslag. En daarna WW. Probeer maar eens werk te vinden met medische beperkingen. Dat zal niet meevallen. En de WW is maar beperkt in uitkeringsduur. Ook dan is bijstandsniveau snel bereikt.

Hier over nadenken kan geen kwaad. En u laten voorlichten ook niet. Want iets regelen als de werknemer al langdurig ziek is, is te laat.

Praktische toepassing

Graag helpen wij u als werkgever om de risico’s in kaart te brengen. Maar ook de oplossingen die mogelijk al geregeld zijn. Zo kan er in de cao een bepaling zijn opgenomen over WIA-aanvullingen. En wat niet geregeld is, kan verzekerd worden op een collectieve WIA-verzekering. Daarvan zijn er meerdere smaken. (EBEX artikel)

Het DGA pensioen verandert

De DGA mag per 01 juli 2017 geen pensioen meer opbouwen binnen hun B.V.. Met het reeds opgebouwde pensioen heeft de DGA enkele mogelijkheden.

Wat verandert er?
Per 01 juli 2017 is het voor een DGA niet meer mogelijk om pensioen op te bouwen binnen de eigen B.V.. De DGA heeft verschillende mogelijkheden met het pensioen wat voor 01 juli 2017 in eigen beheer opgebouwd is.

Pensioen in eigen beheer premievrij voortzetten
De pensioenreserve per 01 juli 2017 in eigen beheer voortzetten. Verdere opbouw in eigen beheer is niet toegestaan. De bestaande regels zijn van toepassing.

Pensioen afkopen
Dit kan tijdelijk met een korting op de belastingtarieven. Koopt de DGA zijn pensioen in eigen beheer af, dient de Belastingdienst hiervan op de hoogte gesteld te worden.

De opgebouwde pensioenreserve omzetten in een oudedagsverplichting (ODV)
De pensioenreserve omzetten in een oudedagsverplichting. De oudedagsverplichting wordt later omgezet naar een lijfrente. Ook deze omzetting dien je te melden bij de Belastingdienst.

De DGA kan bij afkoop in privé gaan beleggen met een beleggingsrekening. Een premievrije waarde van het pensioen in eigen beheer of een oudedagsverplichting kan de DGA op een zakelijke beleggingsrekening storten.

Ieder jaar gebeurt er weer veel op het gebied van pensioen en AOW

Ieder jaar gebeurt er weer veel op het gebied van pensioen en AOW. Dit jaar komt er weer een wijziging. Pensioenregelingen moeten fiscaal worden getoetst aan de nieuwe richtleeftijd 68. Dat kan gevolgen hebben voor de inleg of de pensioenrichtleeftijd die nu is afgesproken.

De achtergrond

Vanaf 2014 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting voor de Nederlandse bevolking. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stelt de gemiddelde leeftijdsverwachting vast. De pensioenrichtleeftijd wordt hiervan afgeleid. Volgens berekening van het CBS wordt iemand die in 2028 de leeftijd van 65 bereikt ruim 86 jaar. Daarom gaat de pensioenrichtleeftijd waarop  de pensioenregeling fiscaal wordt getoetst per 1 januari 2018 omhoog naar 68. De pensioenrichtleeftijd is de in de regeling gedefinieerde leeftijd waarop het pensioen (ouderdomspensioen, overbruggingspensioen) wordt berekend.

Heeft dit gevolgen voor werkgevers en werknemers?

De pensioenregeling moeten worden aangepast, als blijkt dat deze fiscaal bovenmatig is. Aanpassing kan bijvoorbeeld door de pensioenleeftijd te handhaven op 67 en de toezegging naar beneden bij te stellen. Handhaven van pensioenleeftijd 67 heeft wel gevolgen voor de risicodekkingen in de regeling. Uitkeringen bij overlijden en ziekte en eventuele premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid stoppen op de afgesproken pensioenrichtdatum.

Werkgevers kunnen er ook voor kiezen om aansluiting te zoeken bij de nieuwe pensioenleeftijd van 68. Dit kan niet eenzijdig en moet in overleg met werknemers. De nieuwe wetgeving verplicht een werkgever niet om naar pensioenleeftijd 68 over te stappen. Wel moet de regeling fiscaal voldoen. Op het moment dat een werkgever overstapt naar pensioenleeftijd 68 sluiten de dekkingen beter aan. Maar ook dit heeft consequenties.

Algemene informatie

Bovenstaande informatie is algemeen van aard. En gaat niet in op individuele pensioenregelingen of deelnemers daarbinnen. Pensioenuitvoerders bekijken op dit moment hoe Pensioenleeftijd 68 het beste doorgevoerd kan worden. Werkgevers en adviseurs zullen tijdig met elkaar in overleg moeten gaan om de gevolgen van deze wijziging op de  pensioenregeling te bespreken. (Aldus Zwitserleven)

Uitfasering pensioen Eigen Beheer

Eigen beheer afgeschaft

De directeur-grootaandeelhouder (DGA) heeft een unieke positie in de pensioenwereld, hij/zij mag pensioen opbouwen in de eigen BV. Hieraan komt op 1 april 2017 een einde, ‘pensioen in eigen beheer’ voor DGA’s wordt dan afgeschaft. Wat zijn de gevolgen voor de DGA en wat is uw rol?

Wet uitfasering pensioen eigen beheer

Ongetwijfeld hebt u al veel gelezen over de gevolgen van de ‘Wet Uitfasering pensioen eigen beheer’. Voor de volledigheid kort een samenvatting.

Het opbouwen van pensioen in eigen beheer is met ingang van 1 april aanstaande niet langer mogelijk. Ook moet een keuze gemaakt worden over de pensioenaanspraak die al is opgebouwd in eigen beheer. Welke keuzemogelijkheden heeft de DGA?

  • Afkopen
  • Omzetten naar een oudedagsverplichting (ODV)
  • Behoud van het eigen beheer op basis van een premievrij pensioen.

Afkopen pensioenrechten

De DGA mag zijn opgebouwde pensioenrechten in eigen beheer afkopen. De afkoop vindt plaats op basis van de fiscale waarde. Om afkoop extra te stimuleren wordt een belastingvoordeel gegeven. Koop je af in 2017 dan blijft 34,5% van de reserve buiten de heffing, in 2018 is de korting nog 25% en in 2019 nog 19,5%. Deze korting wordt berekend over de fiscale balanswaarde per 31 december 2015. De waardeaangroei vanaf 1 januari 2016 wordt volledig belast.

Omzetten in oudedagsverplichting

De DGA kan ook kiezen om de eigen beheer reserve om te zetten in een zogenoemde oudedagsverplichting. De hoogte van deze verplichting is de fiscale waarde van de pensioenreserve. Jaarlijks rent je de verplichting op tegen de marktrente. Omzetten kan tot uiterlijk 31 december 2019.

Voordelen:

  • het geld blijft in de onderneming beschikbaar voor de bedrijfsvoering
  • uitkeren van dividend is makkelijker, het is namelijk duidelijk hoe hoog de reserve is en actuariële berekeningen zijn niet langer nodig.

Op de pensioendatum moet de DGA de verplichting omzetten in een lijfrente die ten minste 20 jaar uitkeert. De DGA kan er ook voor kiezen om de reserve naar een verzekeraar of bancaire instelling over te dragen. In dit geval gelden de “normale” lijfrentevoorwaarden.

Behoud van het eigen beheer op basis van een premievrij pensioen

De derde mogelijkheid is dat de DGA het opgebouwde pensioen als pensioenreserve in eigen beheer aanhoudt. Dan blijven de pensioenrechten van de DGA ,en zijn of haar partner, premievrij in de BV behouden en vindt geen nieuwe opbouw meer plaats. Verder blijft alles ongewijzigd, ook de dividendklem blijft van toepassing.

Vraag Van Vaalen om advies

De DGA heeft veel keuzemogelijkheden en een standaardadvies is niet te geven. Wat de beste optie is, is afhankelijk van onder meer de wensen en persoonlijke situatie van de DGA. Maar ook de (ex-) partner speelt bij de besluitvorming een grote rol.

Voor afkoop en omzetting van de eigen beheer reserve in de oudedagsverplichting moet de partner uitdrukkelijk toestemming verlenen. Hij of zij moet voor het verlies aan pensioenaanspraken door de DGA, en niet door de BV, worden gecompenseerd. De positie van de (ex-)partner wordt tenslotte verslechterd. Het beoogde nabestaandenpensioen wordt verlaagd of zelfs beëindigd en bij omzetting is er geen sprake meer van pensioenverevening bij scheiding. De afkoop of omzetting moet ook aan de belastingdienst gemeld worden. Uit deze melding moet de goedkeuring van de (ex-)partner ook blijken.

Een goed en onafhankelijk advies aan de (ex-)partner is dan ook erg belangrijk. Het slechts zetten van een handtekening zal niet leiden tot de conclusie dat de (ex-)partner zich bewust is van de gevolgen van het afstempelen van de pensioenaanspraak.

Pensioenopbouw in de toekomst

Tenslotte moet over de toekomst gedacht worden. Want laten we niet vergeten dat de DGA in de toekomst ook een inkomen nodig heeft! De mogelijkheid om pensioen in eigen beheer op te bouwen wordt dan wel afgeschaft, maar de behoefte aan pensioen blijft natuurlijk bestaan. En de opbouw van een pensioeninkomen kan in de toekomst wél bij een verzekeraar ondergebracht worden.

Onhoudbare pensioenpositie DGA

In Nederland heeft een directeur grootaandeelhouder (hierna dga) een unieke maar steeds meer onhoudbare pensioenpositie.

Anders dan werknemers of zelfstandigen mogen dga’s pensioen in een eigen bv opbouwen. Maar bij scheiding, lang leven, arbeidsongeschiktheid en dividend uitkeren lopen dga’s die pensioen in eigen beheer hebben steeds meer tegen problemen aan. Dat heeft vooral te maken met het verschil tussen de fiscale en de commerciële waarde. Dit verschil is door de lage rente en wijzigingen in de rekensystematiek de afgelopen jaren erg groot geworden. Dit verschil veroorzaakt in veel situaties liquiditeitsproblemen bij dga’s.

Door Jeroen Potjes, COO VIVAT. Woensdag 26 oktober 2016.

De overheid is al jaren op zoek naar oplossingen en lijkt die nu te hebben gevonden zonder dat dit de dga liquiditeiten kost. Echter, één belangrijke optie is niet meegenomen in het plan die het pensioen in eigen beheer vanaf 2017 ingrijpend wijzigt. Dat is de optie die de problematiek rondom de situatie na ziekte, scheiden en overlijden oplost en de dga helpt bij het afdekken van zijn lang leven risico.

Het pensioen dat dga’s tot 2017 hebben opgebouwd wil de staatssecretaris bevriezen of uitfaseren. Het wetsvoorstel creëert hiervoor het volgende stappenplan. De commerciële waarde van het tot 2017 opgebouwde pensioen wordt naar het niveau van de fiscale waarde van de pensioenverplichting.. Deze afstempeling mag door de dga fiscaal geruisloos (zonder loonbelasting, revisierente en vennootschapsbelasting) worden afgestempeld als de dga vervolgens kiest voor afkoop of omzetting.

De dga krijgt tot 2020 de mogelijkheid zijn opgebouwde pensioen in eigen beheer af te kopen. De (lage) fiscale waarde van de pensioenverplichting per ultimo 2015 vormt het uitgangspunt (de grondslag) voor de vaststelling van de grondslag van de loonbelasting die verschuldigd is. Daarnaast wordt er een korting verleend op deze grondslag.. Na afkoop verliest de dga het recht op een levenslang pensioen. Bij ziekte of overlijden is niets verzekerd en bij echtscheiding verdwijnt het wettelijk recht op pensioen voor de (ex-)partner, terwijl dat in de huidige eigen beheer situatie wel et geval is. Maar het is voor veel dga’s wel een goede mogelijkheid om een groot verschil tussen fiscale en commerciële waarde zonder al te veel fiscale drempels op te heffen. Daar moeten dan wel voldoende liquide middelen voor beschikbaar zijn.

Heeft de dga onvoldoende liquide middelen beschikbaar om de heffing over de fiscale afkoopwaarde te betalen? Dan mogen ze de waarde na afstempelen omzetten in een oudedagsverplichting. Het geld blijft in de onderneming en de dga is af van het grote verschil tussen fiscale en commerciële waarde van zijn pensioen. Op de pensioendatum moet de dga de waarde omzetten naar een lijfrente met een looptijd van tenminste 20 jaar. Het lang leven risico is dan niet meer verzekerd, dat geldt ook voor de risico’s van overlijden en ziekte. Bij scheiden bestaat voor de ex-partner geen recht op pensioen op basis van de wet die voor pensioen in eigen beheer wel geldt.

Als we de dga weer onder de Pensioenwet brengen, dan heeft dat veel extra voordelen.

De dga kan er ten slotte ook nog voor kiezen om het tot 2017 opgebouwde pensioen in eigen beheer premievrij voortzetten. Dan blijven de problemen veroorzaakt door het verschil tussen fiscale en commerciële waarde bestaan. Maar omdat geen nieuwe opbouw mag plaatsvinden worden die problemen niet veel groter. Dat geldt helaas ook voor de dekkingen bij ziekte en overlijden, deze kunnen in de toekomst te weinig blijken. Maar er is dan nog altijd meer verzekerd dan in de vorige twee opties.

Welke belangrijke optie ontbreekt?

De drie geschetste mogelijkheden lossen de problematiek rondom de situatie na ziekte, scheiden en overlijden niet op en helpen de dga niet bij het afdekken van zijn lang leven risico. Daarom is een vierde optie erg wenselijk. Laat een dga na het fiscaal geruisloos afstempelen de waarde afstorten bij een professionele verzekeraar om er daar een tweede pijler pensioenaanspraak voor aan te kopen. Dan kan het lang leven risico en de dekking bij ziekte en overlijden in stand worden gehouden. Bij scheiding heeft de partner dezelfde rechten als in de eigen beheer situatie, dus er wijzigt dan het minst voor iedereen. Dat voorkomt discussies over verrassingen in de toekomst. Om deze extra optie aantrekkelijk te maken moet worden toegestaan dat bij omzetting van de aanspraken van een eindloontoezegging naar een beschikbare premieregeling geen fiscale sancties gelden. Immers, de meeste eigen beheer pensioenen zijn op basis van eindloon of middelloon toegezegd terwijl de meest toekomstvaste en gewilde verzekerde oplossing een beschikbare premieregeling is.

Als we de pensioenaanspraken van de dga weer onder de beschermende werking van de Pensioenwet brengen, dan heeft dat veel extra voordelen. Bij een eventueel faillissement van de bv zijn deze aanspraken dan volledig beschermd. Daarnaast zou de dga weer kunnen deelnemen in de collectieve regeling van de overige werknemers en gebruik kunnen maken van het recht op waardeoverdracht. Door het van toepassing verklaren van de Pensioenwet op de pensioenaanspraken van de dga is het tevens mogelijk voor de dga om zijn aanspraken onder te brengen bij een premiepensioeninstelling. Door de hier voorgestelde optie zouden ook de aanspraken uit eigen beheer hier aan kunnen worden toegevoegd. Het toevoegen van een dergelijke optie betekent geen ingrijpende wijziging van het wetsvoorstel, maar draagt wel bij aan de uitfasering van de aanspraken in eigen beheer. De dga krijgt op die manier de mogelijkheid om afspraken uit het verleden nieuw vorm te geven.

 

Uitfasering pensioen in eigen beheer (PEB)

Pensioen

Algemeen
Zoals aangekondigd in zijn brief van 1 juli 2016 heeft de staatssecretaris van Financiën op Prinsjesdag het Wetsvoorstel inzake uitfasering van pensioen in eigen beheer (PEB) bij de Tweede Kamer ingediend. De staatssecretaris wil het Wetsvoorstel op 1 januari 2017 in werking laten treden. In het wetsvoorstel met
betrekking tot het PEB staan de volgende varianten:

a) Met ingang van 1 januari 2017 is het niet langer mogelijk om nog fiscaal gefaciliteerd nieuwe pensioenaanspraken op te bouwen in eigen beheer. Dus is het ook niet langer mogelijk om nog te doteren aan pensioenaanspraken die al in eigen beheer zijn opgebouwd;

b) De DGA krijgt drie jaar de tijd om zijn opgebouwde pensioenaanspraak af te kopen. Dit betekent het volgende:
• De pensioenaanspraak wordt fiscaal geruisloos (zonder loonbelasting, revisierente en vennootschapsbelasting) afgestempeld naar het niveau van de waarde van de pensioenverplichting op de balans voor de heffing van vennootschapsbelasting (fiscale waarde van de pensioenverplichting);
• Die fiscale waarde van de pensioenverplichting vóór de afstempeling vormt het uitgangspunt (de grondslag) voor de vaststelling van de grondslag van de loonbelasting die verschuldigd is ter zake van de afkoop, met dien verstande dat op deze grondslag een korting wordt verleend;
• Er is geen revisierente verschuldigd.

c) De DGA voor wie een afkoop geen reële optie is, kan op het moment van het fiscaal geruisloos afstempelen van de pensioenaanspraak naar het niveau van de fiscale waarde van de pensioenverplichting, de pensioenaanspraak omzetten in een aanspraak uit een zogenoemde oudedagsverplichting.

Voor de onder b) en c) genoemde varianten is instemming van de (ex-)partner vereist. Indien variant a) van toepassing is of de (ex-) partner geeft geen toestemming voor variant b) of c) dan blijft, voor de tot en met 31 december 2016 in eigen beheer opgebouwde aanspraken, de huidige regelgeving in de
vennootschapsbelasting en loon- en inkomstenbelasting voor de DGA gelden. Het opbouwen van nieuwe aanspraken is in eigen beheer echter niet meer mogelijk, dus er is ook geen dotatie meer mogelijk als er tot 1 januari 2017 al pensioenaanspraken zijn opgebouwd. Indexering van tot 1 januari 2017 opgebouwde
aanspraken vindt nog wel plaats, als dat is toegezegd. De pensioenvoorziening in eigen beheer moet in dat geval nog steeds actuarieel worden berekend. De DGA kan over nieuwe dienstjaren na 1 januari 2017 wel een oudedagsvoorziening opbouwen bij een professionele aanbieder, net zoals een werknemer die geen DGA is dat ook kan.

Lees hier het volledige artikel Uitfasering pensioen in eigen beheer (PEB)

Afkoop eigen beheer pensioen

Voldoet een pensioenaanspraak niet langer aan de voorwaarden, is er sprake van afkoop van de hele aanspraak. De waarde van de aanspraak wordt dan als loon uit vroegere dienstbetrekking aangemerkt en belast.

Onlangs heeft de rechtbank Gelderland beslist dat deze sanctie beperkt zou moeten worden tot het deel van de opgebouwde pensioenaanspraken dat bovenmatig is. De pensioenregeling was niet op tijd aangepast aan de op 01 juni 1999 in werking getreden Wet fiscale behandeling pensioenen. De staatssecretaris van Financiën is het met deze uitspraak niet eens.